ECLI:NL:RVS:2016:263
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing dwangsombesluit handhaving perceel te Breda
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda van 30 juli 2015, waarbij verzoekster werd gelast om een met puingranulaat aangelegd pad, parkeerplaats en drainagesysteem op een perceel te Breda te verwijderen.
Verzoekster had op 5 november 2015 een omgevingsvergunning ontvangen voor het verharden van een onderhoudspad, een keerstrook en het aanbrengen van drainage. Het college constateerde bij een controlebezoek dat de werkzaamheden grotendeels voldeden aan de vergunning, op een te diep en grof aangebracht puingranulaat na.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster een aanzienlijk belang heeft bij schorsing van het dwangsombesluit, omdat de last tot verwijdering ingaat terwijl een vergunning is verleend en het college de last mogelijk voor het einde van de begunstigingstermijn zal intrekken. Er waren geen dringende belangen aan de zijde van het college of belanghebbende die spoedige uitvoering rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter schorst daarom het besluit van 30 juli 2015 totdat de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak doet in de bodemprocedure. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van verzoekster.
Uitkomst: Het dwangsombesluit van het college van Breda wordt geschorst totdat de bodemprocedure is afgerond.