ECLI:NL:RVS:2016:2656
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Helder
- B.P.M. van Ravels
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Nova Zembla wegens strijd met compensatieplicht en onvoldoende motivering
De raad van de gemeente Leiden stelde op 3 december 2015 het bestemmingsplan Nova Zembla vast, waarbij een deel van het bedrijventerrein De Waard werd getransformeerd naar studentenhuisvesting. De vereniging Ondernemers Vereniging De Waard stelde beroep in tegen dit besluit uit vrees voor beperkingen van de bedrijfsvoering en strijd met de regionale compensatieplicht.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de raad niet voldeed aan de compensatieplicht uit artikel 2.1.3 van de Verordening ruimte 2014, omdat onvoldoende inzicht werd gegeven of na transformatie voldoende bedrijventerrein beschikbaar blijft. Ook was de motivering voor de locatiekeuze onvoldoende, aangezien het regionale beleidskader tegenstrijdige uitgangspunten bevatte en de leegstand van het pand niet voldoende was om af te wijken van het behoud van bedrijvigheid.
Daarnaast werd geoordeeld dat het plan niet zorgvuldig was voorbereid met betrekking tot de milieuzonering en de toepassing van richtafstanden uit de VNG-brochure. De raad ging uit van de bestaande situatie in plaats van de maximaal toegestane milieucategorieën, en de afwijkingen van richtafstanden waren onvoldoende onderbouwd. Ook was de parkeerregeling in het plan in strijd met de gewijzigde Woningwet. De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestemmingsplan en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Nova Zembla wordt vernietigd wegens strijd met de compensatieplicht en onvoldoende motivering.