ECLI:NL:RVS:2016:2668
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding in vreemdelingenzaak
De staatssecretaris van Justitie verklaarde de vreemdeling op 15 oktober 2007 ongewenst. Na bezwaar werd de ongewenstverklaring opgeheven en een inreisverbod opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State onderzocht of het hogerberoepschrift tijdig was ingediend. De termijn voor hoger beroep bedroeg vier weken en eindigde op 14 augustus 2014. Het hogerberoepschrift werd echter pas op 25 januari 2016 ontvangen. De gemachtigde stelde dat het stuk al op 13 augustus 2014 per fax was verzonden en ontvangen, maar onderzoek toonde aan dat de fax niet was ontvangen door de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat het hoger beroep niet tijdig was ingediend en dat de overschrijding niet verschoonbaar was, ook niet gelet op het zwangerschapsverlof van de gemachtigde. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.