ECLI:NL:RVS:2016:2696

Raad van State

Datum uitspraak
6 oktober 2016
Publicatiedatum
12 oktober 2016
Zaaknummer
201606915/2/A1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening geschorst tegen last onder dwangsom verwijdering bijgebouwen

Het hoger beroep betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Eersel om aangebouwde bijgebouwen aan de achterzijde van het hoofdgebouw op een perceel te verwijderen.

De voorzieningenrechter heeft bij mondelinge uitspraak op 6 oktober 2016 het besluit van het college van 22 april 2016 en 16 oktober 2015 geschorst. De dwangsom is nog niet volledig verbeurd en er is een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend, waardoor legalisering mogelijk is.

Daarnaast is niet gebleken dat de aanwezigheid van de bouwwerken zodanige overlast veroorzaakt dat onmiddellijke uitvoering van de last onder dwangsom noodzakelijk is. Het college is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 992,00 en het betaalde griffierecht van € 251,00.

De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige toetsing van bestuursmaatregelen en het bieden van ruimte voor legalisering via vergunningen voordat dwangsommen definitief worden gehandhaafd.

Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de last onder dwangsom en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

201606915/2/A1.
Datum uitspraak: 6 oktober 2016 AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van: [verzoeker], wonend te [woonplaats],
verzoeker, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant (hierna: de rechtbank) van 12 augustus 2016 in zaak nrs. 16/1719 en 16/1720 in het geding tussen: [verzoeker] en het college van burgemeester en wethouders van Eersel. Openbare zitting gehouden op 6 oktober 2016 om 10:45 uur. Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter griffier: mr. M.M. van Driel Verschenen:
[verzoeker], bijgestaan door mr. D.N. Lavain, advocaat te Beek;
Het college, vertegenwoordigd door mr. P. Bakermans, werkzaam bij de gemeente;
[persoon]. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 12 augustus 2016 van de rechtbank. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen en de opgelegde last onder dwangsom om de aangebouwde bijgebouwen aan de achterzijde van het hoofdgebouw op het perceel [locatie] te Eersel te verwijderen en verwijderd te houden, te schorsen. De voorzieningenrechter
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Eersel van 22 april 2016, kenmerk 16.06204, en het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Eersel van 16 oktober 2015, kenmerk EER-2013-1078 / 15.18458;
II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Eersel tot vergoeding van bij [verzoeker] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 992,00 (zegge: negenhonderdtweeënnegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
III. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Eersel aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 251,00 (zegge: tweehonderdeenenvijftig euro) vergoedt. Daartoe overweegt hij het volgende: - dat de dwangsom op dit moment nog niet volledig is verbeurd;
- dat [verzoeker] inmiddels een aanvraag om een omgevingsvergunning heeft ingediend en niet valt uit te sluiten dat legalisering van de betrokken bouwwerken geheel of gedeeltelijk mogelijk is;
- dat niet is gebleken dat [persoon] zodanige overlast van de aanwezigheid van de bouwwerken ondervindt, dat deze overlast onverwijlde uitvoering van de last onder dwangsom vergt. w.g. Borman
voorzieningenrechter De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. 414-776.