ECLI:NL:RVS:2016:2700
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van weigering huurtoeslag wegens inschrijving medebewoner in GBA
Appellant huurde in 2011 een woning en de Belastingdienst/Toeslagen stelde de huurtoeslag vast op €1.013,00, met een terugvordering van €2.026,00. De Belastingdienst beschouwde een persoon die tot 1 september 2011 op hetzelfde adres stond ingeschreven als medebewoner, waardoor het inkomen van deze persoon werd meegenomen bij de toetsing van de huurtoeslag. Appellant voerde aan dat deze persoon geen vaste woon- of verblijfplaats had en zich pas later kon uitschrijven.
De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd om de stelling te onderbouwen dat de persoon geen medebewoner was, en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de inschrijving onjuist was en overhandigde een verklaring van de persoon, maar deze werd niet ondersteund door objectieve gegevens.
De Raad van State bevestigde dat de inschrijving in de GBA leidend is voor de beoordeling wie als medebewoner geldt, tenzij onjuiste inschrijving niet aan de huurder kan worden toegerekend. Nu dit niet vaststond, was de Belastingdienst bevoegd het inkomen van de medebewoner mee te nemen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; inschrijving medebewoner in GBA leidend voor huurtoeslagberekening.