ECLI:NL:RVS:2016:2702
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging huurtoeslag wegens ontbreken zelfstandige woonruimte en huishoudtoebehoren
Appellant woonde van januari tot juni 2013 op een huuradres en vervolgens van juni 2013 tot mei 2014 op een ander adres waar meerdere personen stonden ingeschreven. De Belastingdienst beëindigde de huurtoeslag per 1 juni 2013 en vorderde terugbetaling van voorschotten, omdat appellant niet kon aantonen dat hij een zelfstandige woonruimte bewoonde en dat de overige ingeschreven personen geen deel uitmaakten van zijn huishouden.
Appellant stelde dat uit overgelegde foto’s bleek dat hij een zelfstandige woonruimte bewoonde, maar de rechtbank en de Raad van State oordeelden dat foto’s onvoldoende bewijs waren zonder aanvullende documenten zoals een verklaring van de verhuurder. De vaste rechtspraak stelt dat de Belastingdienst mag uitgaan van één zelfstandige woning per adres en dat de aanvrager moet aantonen dat er meerdere zelfstandige woningen zijn en dat medebewoners niet tot het huishouden behoren.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellant niet aan deze bewijslast voldeed en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de beëindiging van de huurtoeslag en de terugvordering van voorschotten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de huurtoeslag wordt bevestigd.