ECLI:NL:RVS:2016:2711
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel Colombiaanse vreemdeling
De vreemdeling, afkomstig uit Colombia, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank had dit besluit vernietigd omdat zij oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling in Colombia geen bescherming kon krijgen tegen bedreigingen van haar ex-partner.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft overwogen dat uit ambtsberichten en rapporten volgt dat Colombiaanse autoriteiten in het algemeen bescherming bieden tegen (huiselijk) geweld. De vreemdeling had niet aannemelijk gemaakt dat het vragen van bescherming voor haar bij voorbaat zinloos was, mede omdat zij geen aangifte had gedaan bij hogere autoriteiten en geen klacht had ingediend nadat zij zich niet serieus genomen voelde.
De rechtbank had onterecht aangenomen dat de vreemdeling zeven keer zinloos aangifte had gedaan, terwijl uit het verhandelde bleek dat er wel degelijk maatregelen waren genomen zoals contactverboden en het ontslag van een politieagent. De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.