ECLI:NL:RVS:2016:2725
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing afwijzing verlenging verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdeling om verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af op grond van een onherroepelijke boete die aan zijn werkgever was opgelegd wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De vreemdeling stelde beroep in tegen deze afwijzing, waarbij de rechtbank het besluit vernietigde omdat de belangenafweging ontbrak. De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat hij op grond van de Wav en het Vreemdelingenbesluit 2000 verplicht was de arbeidsmarktadviezen te volgen en geen ruimte had voor een belangenafweging.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris weliswaar een discretionaire bevoegdheid heeft om de afwijzingsgrond toe te passen, maar daarbij de belangen van de vreemdeling moet betrekken. Dit volgt uit de combinatie van de Wav, het Vreemdelingenbesluit en het Convenant Aziatische horeca 2014. Omdat de staatssecretaris en het UWV de belangen van de vreemdeling niet hebben betrokken, is het besluit onvoldoende gemotiveerd en dient het te worden vernietigd. De grief van de staatssecretaris faalt en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
De Raad van State bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. Tevens wordt een griffierecht geheven. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij het toepassen van afwijzingsgronden op grond van arbeidsmarktadviezen en bestuurlijke boetes.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond en bevestigt de vernietiging van het besluit tot afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning wegens onvoldoende belangenafweging.