ECLI:NL:RVS:2016:2729
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroepen tegen niet-inbehandelingname verblijfsvergunning asiel
De vreemdelingen hadden op 24 oktober 2015 aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris had deze aanvragen op 4 mei 2016 niet in behandeling genomen, omdat Duitsland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk werd gehouden. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen gegrond en vernietigde de besluiten, waarbij werd verwezen naar een eerdere uitspraak waarin een vergelijkbare overdracht aan Duitsland werd afgewezen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de vreemdelingen incidenteel hoger beroep instelden. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de eerdere uitspraak van de rechtbank, waarop de beslissing was gebaseerd, was vernietigd door een andere uitspraak van dezelfde Afdeling, waardoor de overdracht aan Duitsland mogelijk werd.
Hierdoor kon de uitspraak van de rechtbank in deze zaak niet in stand blijven. De Afdeling verklaarde het incidenteel hoger beroep van de vreemdelingen ongegrond, het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen tegen de niet-inbehandelname van hun asielaanvragen worden ongegrond verklaard.