ECLI:NL:RVS:2016:273
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 8 september 2015 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 oktober 2015 het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde, met het bevel aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Hij voerde aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat hij zijn standpunt onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling tevens de Keniaanse nationaliteit bezit en sinds 2008 in Kenia verbleef. De staatssecretaris baseerde dit op verklaringen van familieleden, inconsistenties in geboortedata van familieleden en het bezit van een biometrisch Keniaans paspoort waarmee de vreemdeling in Europa reisde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris zijn standpunt deugdelijk had gemotiveerd en dat de rechtbank ten onrechte het besluit had vernietigd. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.