ECLI:NL:RVS:2016:28
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag voor chauffeurskaart na antecedenten
De staatssecretaris weigerde op 8 augustus 2014 de aanvraag van appellant voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor een chauffeurskaart vanwege diverse justitiële antecedenten, waaronder veroordelingen voor verduistering en mishandeling, en meerdere strafbeschikkingen.
Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte het objectieve en subjectieve criterium had toegepast, onder meer omdat recente regelgeving zoals de boordcomputer het risico op overtredingen vermindert en omdat sommige antecedenten buiten beschouwing zouden moeten blijven. De rechtbank oordeelde echter dat alle relevante justitiële gegevens binnen de terugkijktermijn vielen en dat het risico voor de samenleving zwaarder woog dan het belang van appellant.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft geweigerd de VOG af te geven. Het feit dat appellant hierdoor zijn werk als taxichauffeur niet kan uitoefenen, is inherent aan de weigering en is verdisconteerd in de beleidsregels. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de weigering van de VOG-aanvraag vanwege relevante justitiële antecedenten.