ECLI:NL:RVS:2016:2800
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende objectief bewijs
Bij besluit van 24 november 2014 wees de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) de aanvraag van appellante om een uitkering af. Appellante stelde slachtoffer te zijn van een mishandeling door een buurvrouw, waarbij zij lichamelijk en geestelijk letsel opliep. De CSG toetste de aanvraag aan de Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven, waarin is bepaald dat een geweldsmisdrijf aannemelijk moet worden gemaakt, bij voorkeur met een aangifte bij de politie.
De CSG vond de aangifte onvoldoende omdat er sprake was van een langlopende burenruzie en geen strafrechtelijk onderzoek was ingesteld. Getuigenverklaringen van familieleden werden als van beperkte waarde beoordeeld vanwege het ontbreken van onafhankelijkheid, het ontbreken van toetsing door politie en het tijdsverloop.
Appellante voerde aan dat de getuigenverklaringen betrouwbaar waren en overeenkwamen met haar eigen verklaring, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de CSG voldoende had gemotiveerd waarom deze verklaringen niet toereikend waren om het geweldsmisdrijf aannemelijk te maken.
Het verzoek om schadevergoeding wegens een onrechtmatig besluit werd afgewezen omdat het besluit niet onrechtmatig was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven bevestigd.