ECLI:NL:RVS:2016:2833
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- B.J. Schueler
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergunning exploitatie seksinrichting wegens onvoldoende toezicht op naleving Wet arbeid vreemdelingen
De burgemeester van Breda weigerde op 14 juli 2014 een vergunning voor exploitatie van een seksinrichting te verlenen aan appellant, mede vanwege een eerdere sluiting van de inrichting voor een maand wegens onvoldoende toezicht op naleving van de Wet arbeid vreemdelingen. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, en ook de rechtbank wees het beroep af. In hoger beroep betoogde appellant dat het besluit tot sluiting niet in rechte vaststond en dat hem geen verwijt viel te maken.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat appellant geen rechtsgeldig bezwaar had ingediend tegen de sluiting, zodat dit besluit in rechte vaststaat. De burgemeester mocht aannemen dat appellant tekort was geschoten in zijn toezicht op de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen, omdat tijdens politiecontroles prostituees niet ingeschreven waren in het handelsregister. De stelling van appellant dat het om proefwerkdagen ging en dat inschrijving later volgde, werd niet aannemelijk geacht.
De Afdeling oordeelde dat de burgemeester terecht de vergunningaanvraag heeft afgewezen op grond van de Algemene plaatselijke verordening Breda, die voorschrijft dat een vergunning geweigerd moet worden indien de exploitant binnen vijf jaar een seksinrichting heeft geëxploiteerd die voor ten minste een maand is gesloten, tenzij hem geen verwijt treft. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de vergunningaanvraag wegens onvoldoende toezicht op naleving van de Wet arbeid vreemdelingen en sluiting van de seksinrichting.