ECLI:NL:RVS:2016:2835
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door schoonmaakwerkzaamheden zonder vergunning
De zaak betreft een hoger beroep van een besloten vennootschap tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, waarin een boete wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) werd vastgesteld op €8.000. De boete was oorspronkelijk €12.000 en opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Tijdens een controle op 17 september 2013 bleek dat een vreemdeling van Indonesische nationaliteit in het restaurant van de vennootschap schoonmaakwerkzaamheden verrichtte zonder dat hiervoor een tewerkstellingsvergunning was afgegeven. De vennootschap betoogde dat de vreemdeling niet voor haar werkte en dat diens verklaring onjuist was, onder meer vanwege tegenstrijdigheden in verklaringen van medewerkers en de eigenaar.
De Raad van State oordeelde dat de minister terecht uitging van de verklaring van de vreemdeling, die gedetailleerd en ondertekend was, en dat de tegenstrijdige en summiere verklaringen van de eigenaar en andere medewerkers daaraan niet afdoen. Ook het feit dat de vreemdeling niet werkend werd aangetroffen, deed niet af aan de bewijsvoering. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €8.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.