ECLI:NL:RVS:2016:2841
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende bewijs betaling
Appellante had kinderopvangtoeslag ontvangen voor 2010, maar de Belastingdienst stelde de voorschotten op nihil vanwege het ontbreken van bewijs dat de kosten volledig waren betaald. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond en wees haar beroep af. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij slachtoffer was van identiteitsfraude en dat de aanvraag door het gastouderbureau was ingediend zonder haar medeweten. Ook stelde zij dat het faillissement van het gastouderbureau haar verhinderde de benodigde bewijsstukken te overleggen.
De Raad van State overwoog dat de aanvraag met DigiD was ingediend en dat appellante haar DigiD aan het gastouderbureau had verstrekt, waardoor de aanvraag aan haar moest worden toegerekend. De Belastingdienst hoefde de tenaamstelling van rekeningnummers niet te controleren omdat uitbetaling op een rekening van een ander mogelijk is. Verder rust op de aanvrager de verplichting om een deugdelijke administratie bij te houden en bewijs te leveren van betaling van de kosten. Het faillissement van het gastouderbureau doet hieraan niet af.
Ten slotte oordeelde de Raad van State dat de Belastingdienst het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel niet had geschonden. Appellante had ook zonder nadere voorlichting moeten begrijpen dat zij aan de wettelijke vereisten moest voldoen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag bevestigd.