ECLI:NL:RVS:2016:286
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking horecavergunning wegens onvoldoende motivering
De burgemeester van Breda trok op 7 november 2014 de horecavergunning van [wederpartij] in vanwege ernstige incidenten, waaronder vechtpartijen op 26 oktober en 2 november 2014, en stelde een termijn van twaalf maanden in waarin geen nieuwe vergunning zou worden verleend. Na bezwaar stelde de burgemeester die termijn terug tot zes maanden. De voorzieningenrechter vernietigde het intrekkingsbesluit wegens onvoldoende motivering en verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond.
De burgemeester stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd waarom de incidenten de vrees voor gevaar voor openbare orde en veiligheid rechtvaardigden. De burgemeester wisselde bovendien van standpunt over welke incidenten relevant waren, en hield zich niet aan de terugkijktermijn van twee jaar uit de Handhavingsmatrix 2015.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de voorzieningenrechter en oordeelde dat het intrekkingsbesluit niet in stand kon blijven. Tevens veroordeelde de Raad de burgemeester tot vergoeding van de proceskosten van [wederpartij].
Uitkomst: Het hoger beroep van de burgemeester wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van het intrekkingsbesluit bevestigd.