ECLI:NL:RVS:2016:2877
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college over buiten behandeling stellen omgevingsvergunning oeverbescherming
Appellant diende een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor het maken van een oeverbescherming en een pad ter ontsluiting van een perceel dat deels een eiland betreft. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling vanwege het ontbreken van een situatietekening en onduidelijkheid over het beoogde gebruik van het eiland.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat onvoldoende inzichtelijk was waarvoor de oeverbescherming en de gronden specifiek zouden worden gebruikt en hoe het eiland ontsloten zou worden. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college niet in redelijkheid de aanvraag buiten behandeling had mogen stellen. De aanvraag betrof enkel de oeverbescherming ter voorkoming van afkalving, en het beoogde gebruik van het gehele eiland is niet relevant voor de beoordeling van deze aanvraag. Het college dient de aanvraag inhoudelijk te beoordelen en opnieuw te beslissen.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college worden vernietigd. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het terugbetalen van het griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college om de aanvraag buiten behandeling te stellen wordt vernietigd.