ECLI:NL:RVS:2016:2899
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- C.M. Wissels
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit arbeidsomstandigheden wegens onvoldoende matiging
Bij inspectie op 12 februari 2014 constateerde de arbeidsinspectie drie overtredingen van het Arbobesluit door [appellante] bij asbestverwijderingswerkzaamheden. De minister legde daarop een boete van €12.600 op, die na bezwaar en beroep werd gehandhaafd. Na inwerkingtreding van een nieuwe beleidsregel matigde de minister de boete op bezwaar tot €6.750.
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk, omdat het besluit was ingetrokken. De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde het nieuwe besluit van 3 augustus 2016 en oordeelde dat de minister ten onrechte de boete voor de derde overtreding niet verder had gematigd op grond van het creëren van noodzakelijke randvoorwaarden voor een veilige werkwijze.
De Afdeling stelde vast dat de toezichthouder (DTA) namens [appellante] toezicht hield en dat diens tekortkomingen aan [appellante] zijn toe te rekenen. Wel was er sprake van een eindbeoordeling door een vrijgavebureau, waardoor de matiging op dat punt met 25% terecht had moeten worden toegepast. De Afdeling vernietigde het besluit van 3 augustus 2016, herroept het oorspronkelijke boetebesluit en stelde de boete definitief vast op €6.300. Tevens veroordeelde zij de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het boetebesluit van de minister wordt vernietigd en de boete definitief vastgesteld op €6.300.