ECLI:NL:RVS:2016:296
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bestemmingsplanwijziging bedrijventerrein met uitsterfregeling voor burgerwoning
Bij besluit van 11 juni 2015 stelde de raad van de gemeente Mook en Middelaar het bestemmingsplan vast voor het bedrijventerrein Hoeveveld, waarbij het perceel van appellant werd bestemd als bedrijventerrein met een uitsterfregeling voor de bestaande burgerwoning. Appellant voerde aan dat zijn woning ten onrechte niet als burgerwoning was bestemd en dat de raad onvoldoende had gemotiveerd waarom dit niet mogelijk was. Tevens stelde appellant dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat elders op het bedrijventerrein wel woningen als burgerwoning waren bestemd.
De raad verweerde zich met verwijzing naar de Structuurvisie Mook en Middelaar 2025, waarin wonen op het bedrijventerrein alleen in combinatie met bedrijvigheid is toegestaan, en met het oog op het voorkomen van belemmeringen voor bedrijfsactiviteiten. De raad had een uitsterfregeling opgenomen in de planregels, waardoor het gebruik als burgerwoning kan worden voortgezet totdat dit wordt gestaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het gebruik als burgerwoning sinds de jaren '70 bestond maar geen bestaande rechten of bouwvergunningen waren aangetoond. De raad mocht het perceel als bedrijventerrein bestemmen en rekening houden met toekomstige bedrijfsactiviteiten en de aanbevolen milieuzones. De verschillen met andere percelen met woonbestemming waren terecht gemaakt vanwege het ontbreken van eerdere woonbestemming op het perceel van appellant.
Verder oordeelde de Afdeling dat de afwijkende minimale perceelsoppervlakte van 800 m² voor bedrijven op het perceel geen ongelijke behandeling oplevert, omdat dit juist de vestiging van een bedrijf mogelijk maakt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan is ongegrond verklaard en de planregels blijven ongewijzigd.