ECLI:NL:RVS:2016:2978
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks betwisting evenredigheid en financiële draagkracht
De minister legde appellant een boete van €54.000 op wegens het laten werken van drie vreemdelingen zonder geldige tewerkstellingsvergunningen in de periode maart-april 2014. De rechtbank matigde deze boete tot €36.000 vanwege een beleidswijziging en verklaarde het beroep van appellant gegrond. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State overwoog dat de boeteverhoging met 200% vanwege recidive terecht was, omdat appellant binnen vijf jaar twee keer eerder was beboet voor dezelfde overtreding. De omstandigheden waaronder de overtredingen plaatsvonden, waaronder het ontbreken van het convenant en het feit dat appellant wist van de ongeldige vergunningen, maakten dat appellant verwijtbaar handelde.
Verder oordeelde de Raad dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de boete onevenredig was vanwege zijn financiële situatie. De rechtbank had op basis van jaarstukken en belastingaangiften geoordeeld dat appellant niet onevenredig werd getroffen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €36.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en verklaart het hoger beroep ongegrond.