ECLI:NL:RVS:2016:2994
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep op afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 27 juli 2016 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vreemdeling niet kon worden tegengeworpen dat hij wisselende verklaringen had gegeven over de datum van een schietincident. Tevens was het oordeel van de rechtbank dat het niet onlogisch was dat de vreemdeling na het stoppen met werkzaamheden voor buitenlandse bedrijven nog gevaar liep, onjuist.
Ook oordeelde de Afdeling dat het niet aannemelijk was dat de vreemdeling nog in de negatieve aandacht van de Taliban stond, gelet op zijn verblijf in zijn woning na bedreigingen. Hierdoor werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep tegen het afwijzingsbesluit alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.