ECLI:NL:RVS:2016:307
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onvoldoende bewijs arbeid vreemdeling
De minister legde appellante een boete van €8.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning arbeid zou hebben verricht. Na bezwaar werd de boete verlaagd tot €6.000. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de minister niet had voldaan aan de bewijslast dat de vreemdeling arbeid voor appellante verrichtte. De vreemdeling was in dienst van een ander bedrijf en liep mee als vertegenwoordiger bij een derde onderneming met een zakelijke relatie. De verklaringen en het boeterapport boden onvoldoende duidelijkheid over voor welke onderneming de werkzaamheden werden verricht, waardoor twijfel bestond.
Gelet op het uitgangspunt dat bij twijfel het voordeel aan de betrokkene toekomt, werd het hoger beroep gegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard, het boetebesluit van 20 december 2013 herroepen en de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het boetebesluit van de minister wordt herroepen wegens onvoldoende bewijs en de minister wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.