ECLI:NL:RVS:2016:308
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod wegens ernstig en onmiddellijk gevaar voor veiligheid partner
De burgemeester legde op 25 mei 2015 een tijdelijk huisverbod op aan appellant, die zijn woning aan een locatie in Rotterdam moest verlaten vanwege een melding van huiselijk geweld waarbij hij zijn partner zou hebben bedreigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het huisverbod ongegrond en oordeelde dat de burgemeester bevoegd was het huisverbod op te leggen omdat er een ernstig vermoeden bestond van een onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van de vrouw. Appellant voerde aan dat de rechtbank ten onrechte de bevoegdheid van de burgemeester had aangenomen, mede omdat de strafzaak tegen hem wegens onvoldoende bewijs was geseponeerd.
De Raad van State overwoog dat het huisverbod een bestuurlijke maatregel betreft die ook kan worden ingezet bij acute noodsituaties om escalatie te voorkomen, los van strafrechtelijke vervolging. Gezien de verklaringen van getuigen, de aangifte van de vrouw en eerdere incidenten was er voldoende grond voor een ernstig vermoeden van gevaar. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het huisverbod blijft van kracht omdat er een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van de partner bestond.