ECLI:NL:RVS:2016:3154
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- J.G.C. Wiebenga
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen vergunning pluimveehouderij met stikstofdepositie in Natura 2000-gebied
Het college van gedeputeerde staten van Gelderland verleende op 9 december 2015 een vergunning op grond van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 voor het in werking hebben van een pluimveehouderij te Groesbeek. De coöperatie Mobilisation for the Environment en anderen stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak op 19 augustus 2016 en deed uitspraak op 30 november 2016.
De kern van het geschil betrof de beoordeling van de stikstofdepositie die de pluimveehouderij veroorzaakt in verschillende Natura 2000-gebieden en de toepassing van saldering met stikstofreducties van andere bedrijven. De appellanten voerden aan dat de saldering onterecht was omdat de intrekkingen van milieuvergunningen slechts gedeeltelijk waren en dat de resterende ammoniakemissie hoger zou zijn dan door het college aangenomen. Ook werd betwist dat de saldering met een bedrijf dat sinds 2011 niet meer in gebruik zou zijn, geoorloofd was.
De Afdeling oordeelde dat externe saldering mogelijk is met milieuvergunningen die na de referentiedatum zijn ingetrokken, ook als het bedrijf gedeeltelijk wordt voortgezet. De Afdeling vond dat het college terecht was uitgegaan van een afname van de ammoniakemissie van 1186,3 kilogram per jaar. Daarnaast was het bedrijf dat sinds 2011 geen dieren meer hield feitelijk nog aanwezig en kon de bedrijfsvoering zonder vergunning worden hervat, zodat saldering ook hier was toegestaan.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor de pluimveehouderij wordt ongegrond verklaard.