ECLI:NL:RVS:2016:3166
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoeken toevoeging en eigen bijdrage rechtsbijstand
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland die zijn beroepen tegen besluiten van de Raad voor Rechtsbijstand ongegrond verklaarde. De Raad had meerdere verzoeken van appellant om toevoeging voor rechtsbijstand en verlaging van de eigen bijdrage afgewezen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak inhoudelijk behandeld.
De Afdeling bevestigde dat de rechtbank Midden-Nederland, ondanks een formele bevoegdheidsvraag, in het belang van effectieve geschilbeslechting bevoegd werd geacht. De Raad had onder meer een eigen bijdrage opgelegd van €193,00 bij een verzoek tot overname, welke terecht was vastgesteld vanwege een opvolgend deskundigenoordeel. Ook werd een verzoek tot verlaging van de eigen bijdrage afgewezen omdat appellant zich niet voorafgaand aan de aanvraag tot het Juridisch Loket had gewend, zoals vereist volgens het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand.
Verder oordeelde de Afdeling dat de Raad terecht had geoordeeld dat voor een bepaald belang geen toevoeging noodzakelijk was omdat het belang redelijkerwijs door appellant zelf kon worden behartigd. Ten aanzien van de wrakingsprocedure werd bevestigd dat deze niet leidt tot een nieuw rechtsbelang waarvoor een aparte toevoeging wordt verleend. De Afdeling vond geen schending van het recht op een eerlijk proces of het EVRM. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.