ECLI:NL:RVS:2016:3185
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking last onder dwangsom wegens concreet zicht op legalisering paardenhouderij
Het college van burgemeester en wethouders van Medemblik heeft op 22 november 2013 de last onder dwangsom tegen de vergunninghouder ingetrokken, omdat de gemeenteraad een projectbesluit had genomen dat het houden van paarden op het perceel mogelijk maakt. Hoewel het projectbesluit nog niet in werking was getreden en er bezwaar en beroep tegen was ingesteld, bood dit concreet zicht op legalisering.
Appellanten voerden aan dat het college ten onrechte de last introk, omdat op dat moment geen paarden werden gehouden en het projectbesluit gebrekkig was. De rechtbank oordeelde dat het beroep gericht was tegen het gebruik van het perceel voor paardenhouderij en dat het concrete zicht op legalisering een redelijke grond vormde voor intrekking van de last.
De Raad van State bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat het college de belangen in redelijkheid heeft afgewogen en dat het ontbreken van voorwaarden aan de intrekking niet onredelijk is. Ook is de schending van de hoorplicht terecht gepasseerd omdat appellanten hun standpunten in bezwaar en beroep hebben kunnen inbrengen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de last onder dwangsom bevestigd.