ECLI:NL:RVS:2016:3198
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoegingen rechtsbijstand voor kortgedingprocedures wegens ontbreken spoedeisend belang
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de afwijzing van twee aanvragen om toevoegingen voor rechtsbijstand door de raad. De aanvragen hadden betrekking op het voeren van kortgedingprocedures: één voor het verkrijgen van een proces-verbaal van een wrakingszitting en één tegen een opgelegd belverbod door het college van burgemeester en wethouders van Groningen.
De rechtbank had geoordeeld dat de raad de aanvragen terecht had afgewezen omdat niet was gebleken van een spoedeisend belang dat het voeren van een kortgedingprocedure rechtvaardigt. Ook was het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk omdat de ingebrekestelling prematuur was. Appellant voerde onder meer aan dat de raad vooringenomen was en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat hij zijn aanvragen niet mocht aanvullen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de aanvragen onvoldoende waren onderbouwd en dat het ontbreken van een spoedeisend belang een redelijke grond is voor afwijzing. De raad heeft de aanvragen inhoudelijk beoordeeld en de bezwaren zijn door een onafhankelijke commissie behandeld. Ook is de termijn voor beslissen op bezwaar niet overschreden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de toevoegingen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.