ECLI:NL:RVS:2016:321
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke procedure over begrenzing Natura 2000-gebied Veluwe en ecologische criteria
Bij besluit van 11 juni 2014 heeft de staatssecretaris het Natura 2000-gebied Veluwe aangewezen en de begrenzing vastgesteld op basis van ecologische en ornithologische criteria, conform de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. Diverse appellanten, waaronder zorginstellingen, gemeenten en natuurverenigingen, hebben beroep ingesteld tegen delen van de begrenzing en de wijze waarop terreinen zijn aangewezen of uitgesloten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak behandeld en beoordeelt onder meer de ontvankelijkheid van beroepen, de motivering van de begrenzing, de toepassing van ecologische criteria, en de rechtmatigheid van het buiten de begrenzing laten van recreatieterreinen, militaire terreinen en andere percelen. De Afdeling bevestigt dat de staatssecretaris beoordelingsruimte heeft bij de begrenzing, maar dat deze moet zijn gebaseerd op ecologische en ornithologische overwegingen.
Verschillende beroepen worden ongegrond verklaard omdat appellanten geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden hebben aangevoerd die een wijziging van de begrenzing rechtvaardigen. Sommige beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van zienswijzen. De Afdeling wijst op de bestuurlijke lus (artikel 8:51d Awb) om gebreken in het besluit te herstellen waar de motivering onvoldoende is, zoals bij enkele percelen en gebieden.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige ecologische onderbouwing bij aanwijzingen van Natura 2000-gebieden en bevestigt dat economische of sociale belangen bij de begrenzing niet mogen prevaleren. De Afdeling oordeelt dat de staatssecretaris in het algemeen voldoende rekening heeft gehouden met de relevante criteria en dat de begrenzing in overeenstemming is met de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn, behoudens enkele punten die heroverwogen dienen te worden.
Uitkomst: De Afdeling verklaart de meeste beroepen ongegrond en wijst enkele beroepen af wegens niet-ontvankelijkheid; de staatssecretaris wordt opgedragen enkele gebreken te herstellen via de bestuurlijke lus.