ECLI:NL:RVS:2016:3212
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 27 september 2016 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep op 28 oktober 2016 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Raad van State heeft beoordeeld of het hoger beroep tijdig was ingediend. De termijn voor het instellen van hoger beroep begon op 29 oktober 2016 en eindigde op 4 november 2016. Het beroepschrift van de vreemdeling werd echter pas op 6 november 2016 per fax en op 8 november 2016 per brief ontvangen, waarbij de brief op 7 november 2016 was verzonden. Dit betekent dat het beroepschrift niet tijdig was ingediend.
Er waren geen omstandigheden aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen. Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.