ECLI:NL:RVS:2016:3219
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over voortduren vreemdelingenbewaring wegens schending hoor en wederhoor
Bij besluit van 31 augustus 2016 werd de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het voortduren van deze bewaring op 14 oktober 2016 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de reactie van de vreemdeling op de door de staatssecretaris verstrekte inlichtingen buiten beschouwing heeft gelaten. De rechtbank had de vreemdeling verwarring gegeven over de termijn om te reageren, waardoor het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden en geen eerlijk proces heeft plaatsgevonden.
Hoewel de Vreemdelingenwet 2000 geen hoger beroep tegen deze uitspraak toestaat, neemt de Afdeling het hoger beroep toch in behandeling vanwege de ernstige procesrechtelijke tekortkoming. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling met inachtneming van het hoor en wederhoor-beginsel.
De Afdeling stelt de proceskosten in hoger beroep vast op €496 en bepaalt dat de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor en de zaak wordt terugverwezen voor herbehandeling.