ECLI:NL:RVS:2016:327
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking parkeervergunning wegens beschikking parkeerplaats op eigen terrein
Het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort heeft op 16 oktober 2014 de parkeervergunning van appellant ingetrokken en medegedeeld dat deze niet zal worden verlengd. Dit besluit werd genomen omdat uit de bouwvergunning van 1984 bleek dat appellant als bewoner over een parkeerplaats op eigen terrein kan beschikken.
Appellant voerde aan dat de bouwvergunning dit niet aantoonde en dat het college onvoldoende rekening had gehouden met zijn belangen, zoals het prijsverschil tussen parkeervergunning en bewonersabonnement en zijn beroep als taxichauffeur. De rechtbank oordeelde echter dat appellant terecht over een parkeerplaats op eigen terrein kan beschikken en dat het college voldoende motivering gaf voor de intrekking.
De Raad van State bevestigt deze uitspraak en overweegt dat het college terecht het belang van een rechtvaardige verdeling van schaarse parkeerruimte zwaarder heeft laten wegen dan de door appellant aangevoerde belangen. Ook de toepassing van de hardheidsclausule werd afgewezen omdat appellant geen onaanvaardbare gevolgen aannemelijk maakte die niet reeds waren betrokken in de belangenafweging.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de parkeervergunning omdat appellant over een parkeerplaats op eigen terrein kan beschikken.