ECLI:NL:RVS:2016:328
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.C.P. Venema
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning voor garagebox wegens onjuiste wettelijke grondslag
Het college van burgemeester en wethouders van Huizen verleende een omgevingsvergunning voor de legalisering van een garagebox die zonder vergunning was gebouwd op een perceel waar ook een bedrijfsgebouw staat. Appellante, die op een aangrenzend perceel woont en een kapsalon exploiteert, betwistte dat de garagebox als bijbehorend bouwwerk kan worden aangemerkt omdat deze voor privégebruik is bestemd en niet functioneel verbonden is met het bedrijfsgebouw.
De rechtbank had het beroep van appellante tegen de vergunning ongegrond verklaard, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde anders. Uit de planologische regels en de nota van toelichting blijkt dat een bijbehorend bouwwerk functioneel verbonden moet zijn met het hoofdgebouw in planologisch opzicht. De garagebox wordt uitsluitend voor privédoeleinden gebruikt en is daarmee niet planologisch gerelateerd aan het bedrijfsgebouw.
Verder stelde appellante dat sprake was van een evidente privaatrechtelijke belemmering wegens erfgrensoverschrijding en het gebruik van een muur die geheel haar eigendom is. De Afdeling oordeelde dat hiervoor onvoldoende bewijs is geleverd en dat de burgerlijke rechter hierover moet oordelen. De Afdeling vernietigde daarom de vergunningen van 28 mei 2014 en 8 oktober 2013 en bepaalde dat het college opnieuw moet beslissen op het bezwaar en de vergunningaanvraag. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De omgevingsvergunning voor de garagebox wordt vernietigd en het college moet opnieuw beslissen.