ECLI:NL:RVS:2016:33
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onjuiste beoordeling bevoegdheid handhaving opslag op agrarisch perceel
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Wierden handhavend op te treden tegen opslag van materialen op een perceel te Hoge Hexel, die volgens hem niet past bij de boomkwekerij die daar wordt geëxploiteerd. Het college wees dit verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college niet bevoegd was tot handhaving omdat de opslag kleinschalig was en diende ten behoeve van de boomkwekerij.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat het college controlerapporten had overgelegd waaruit bleek dat de opslag steeds werd ververst en dat op het perceel ook goederen werden aangetroffen die niet passen bij een boomkwekerij, zoals stenen, schuttingdelen en hekwerken. Deze vormen van opslag zijn in strijd met het bestemmingsplan en daarmee met artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo.
De Afdeling oordeelde dat het college wel bevoegd is om handhavend op te treden tegen deze overtredingen en dat de rechtbank dit ten onrechte niet had onderkend. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en het beroep van appellant alsnog gegrond verklaard. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college is bevoegd tot handhaving tegen opslag die niet past bij de boomkwekerij.