ECLI:NL:RVS:2016:3367
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor kap van vier esdoorns ondanks bezwaar
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 6 januari 2015 een omgevingsvergunning aan de vergunninghoudster voor het kappen van vier esdoorns in de gemeenschappelijke tuin van een appartementengebouw. Appellant, wonende nabij het perceel, maakte bezwaar tegen deze vergunning en voerde aan dat het besluit niet zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het hoger beroep en concludeerde dat het college zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat zij over voldoende gegevens beschikte om het besluit te nemen, ondanks het ontbreken van een locatiebezoek.
Verder oordeelde de Afdeling dat de bomen geen bijzondere natuur- of cultuurhistorische waarde hebben en dat de belangen van vergunninghoudster bij kap zwaarder wegen dan het behoudsbelang van appellant. Het college had bovendien een herplantplicht verbonden aan de vergunning, waardoor het verlies van de bomen voldoende wordt gecompenseerd.
Alternatieven zoals kandelaberen of snoeien boden volgens het college geen gelijkwaardig resultaat zonder aanzienlijke nadelen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor het kappen van de vier esdoorns wordt bevestigd.