ECLI:NL:RVS:2016:337
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning en intrekking voorschrift vanwege strijd met zorgvuldigheidsbeginsel in natuurbeschermingsvergunning
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht verleende op 15 oktober 2013 een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 voor het wijzigen en uitbreiden van een veehouderij. Na gedeeltelijke gegrondverklaring van bezwaar door het college op 6 augustus 2014, stelden de Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A. en de vereniging Leefmilieu beroep in tegen het besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak op 27 november 2015. Tijdens de zitting trokken appellanten hun beroepsgronden over bevoegdheid en rechtsgeldige emissies in. De kern van het geschil betrof de handhaving van voorschrift 4, dat maximale depositie op Natura 2000-gebieden reguleert, terwijl het college stelde dat geen saldering meer plaatsvindt.
De Raad oordeelde dat het college onzorgvuldig heeft gehandeld door voorschrift 4 te handhaven terwijl het standpunt was gewijzigd zonder gewijzigde omstandigheden. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit van 6 augustus 2014 vernietigd voor zover voorschrift 4 is gehandhaafd, en het besluit van 15 oktober 2013 herroepen voor hetzelfde voorschrift. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit wordt vernietigd en herroepen voor zover voorschrift 4 is gehandhaafd.