ECLI:NL:RVS:2016:340
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- N. Verheij
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van terugvordering kinderopvangtoeslag wegens grove schuld appellant
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin de terugvordering van kinderopvangtoeslag over 2011 werd bevestigd. De Belastingdienst/Toeslagen had een betalingsregeling vastgesteld waarbij appellant gedurende 24 maanden een vast bedrag moest terugbetalen, omdat het ontstaan van de terugvordering aan opzet of grove schuld werd toegerekend.
De rechtbank oordeelde dat appellant ten onrechte kinderopvangtoeslag had aangevraagd voor een kind dat niet haar eigen kind of pleegkind was en dat bovendien niet bij haar in de gemeentelijke basisadministratie personen stond ingeschreven. Dit werd aangemerkt als laakbare slordigheid of ernstige nalatigheid. Appellant betwistte dit, maar kon niet aannemelijk maken dat zij namens de moeder van het kind de toeslag had aangevraagd.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het oordeel van de rechtbank dat appellant ten minste grove schuld heeft en dat het beleid van de Belastingdienst/Toeslagen juist is toegepast. De terugvordering en de betalingsregeling worden gehandhaafd. Tevens wordt de Belastingdienst/Toeslagen veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering met betalingsregeling wordt bevestigd.