ECLI:NL:RVS:2016:3409
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering remigratievoorzieningen wegens ontbreken intentie echtgenote tot remigratie
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de intrekking en terugvordering van remigratievoorzieningen door de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank. Deze voorzieningen werden toegekend krachtens de Remigratiewet, maar ingetrokken omdat de echtgenote van appellant niet met hem mee zou zijn geremigreerd. De raad van bestuur stelde dat de echtgenote haar hoofdverblijf in Nederland had behouden, onder meer doordat zij haar huurwoning in Rotterdam aanhield en slechts kort in Turkije verbleef.
Appellant voerde aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de echtgenote niet de intentie had om te remigreren. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde echter vast dat de Remigratiewet en het Uitvoeringsbesluit vereisen dat beide echtgenoten tot remigratie overgaan. Gelet op de feiten was er geen sprake van een duurzaam verblijf in Turkije door de echtgenote, zodat de intrekking terecht was.
Daarnaast stelde appellant dat er dringende redenen waren om af te zien van intrekking en terugvordering, vanwege persoonlijke omstandigheden zoals de gewelddadige dood van een dochter en psychische klachten van de echtgenote. De raad van bestuur had deze omstandigheden meegewogen, maar oordeelde dat deze niet voldeden aan de criteria voor dringende redenen zoals bedoeld in het Uitvoeringsbesluit. De Afdeling onderschreef dit standpunt en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
De uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd daarmee bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; intrekking en terugvordering remigratievoorzieningen bevestigd.