ECLI:NL:RVS:2016:3422
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door onjuiste functie uitvoering
De minister legde aan appellant een boete van €12.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat een vreemdeling werkzaamheden verrichtte die niet overeenkwamen met de verleende tewerkstellingsvergunning als frituurkok. De vreemdeling was tijdens een controle bezig met schoonmaakwerkzaamheden, wat volgens appellant ook tot de taken van een frituurkok behoort.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de vreemdeling feitelijk andere werkzaamheden verrichtte dan toegestaan. Appellant stelde in hoger beroep dat schoonmaakwerkzaamheden wel degelijk tot de functie behoorden en dat de boete onterecht was opgelegd.
De Raad van State oordeelde dat hoewel schoonmaken tot de taken van een frituurkok kan behoren, de vreemdeling voornamelijk andere werkzaamheden verrichtte en slechts incidenteel frituurde. De boete werd daarom met 25% gematigd vanwege correcte loonadministratie en verloning. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd en de boete vastgesteld op €6.000. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt verminderd tot €6.000 en het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard.