ECLI:NL:RVS:2016:3438
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over inreisverbod en afwijzing voorlopige voorziening
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie vaardigde op 5 juli 2016 een inreisverbod uit tegen de vreemdeling. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die zich op 4 november 2016 onbevoegd verklaarde om kennis te nemen van dit beroep. Hiertegen stelde de staatssecretaris hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht onbevoegd was. De rechtsvraag die de staatssecretaris opriep, was reeds beantwoord in een eerdere uitspraak van 15 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3349). De grief van de staatssecretaris kon daarom niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.
Daarnaast verzocht de staatssecretaris om een voorlopige voorziening, maar dit verzoek werd eveneens afgewezen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Tevens werd een griffierecht aan de staatssecretaris opgelegd.
De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 22 december 2016 door voorzieningenrechter N. Verheij, in aanwezigheid van griffier T. van Goeverden-Clarenbeek.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.