ECLI:NL:RVS:2016:3450
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot correctie verblijfplaatsgegevens in BRP
Appellant verzocht het college om de verblijfplaatsgegevens van zijn zoon in de basisregistratie personen (BRP) te corrigeren en de verhuizing naar het adres van diens moeder ongedaan te maken. Het college wees dit verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vaststelling van het woonadres van de minderjarige zoon in de BRP. De ex-partner van appellant had aangifte gedaan van verhuizing van de zoon naar haar adres, waarop de BRP werd aangepast. Appellant betoogde dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met eerdere rechterlijke uitspraken waarin de zoon aan hem was toevertrouwd en dat de wijziging van het woonadres onterecht was.
De Raad van State oordeelde dat op grond van de Wet BRP het feitelijk woonadres bepalend is voor inschrijving, waarbij het adres geldt waar de zoon naar verwachting de meeste nachten zal verblijven. Vaststond dat de zoon meer nachten bij zijn moeder verbleef dan bij appellant. De eerdere rechterlijke beslissingen over toevertrouwingsmaatregelen zijn niet doorslaggevend voor de BRP-inschrijving. Het beroep was ongegrond en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.