ECLI:NL:RVS:2016:3451
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- J.J. van Eck
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat slijterij en supermarkt afzonderlijke inrichtingen zijn en handhaving van aanwezigheid leidinggevende vereist
Albert Heijn exploiteert in één pand zowel een supermarkt als een slijterij, waarbij de slijterij een aparte ruimte betreft. De SlijtersUnie verzocht de burgemeester handhavend op te treden tegen Albert Heijn wegens het openen van de slijterij zonder aanwezigheid van een leidinggevende, wat volgens artikel 24, eerste lid, van de Drank- en Horecawet verboden is.
De burgemeester wees dit verzoek af, stellende dat de supermarkt en slijterij één inrichting vormen en een leidinggevende in het pand voldoende is. De rechtbank oordeelde echter dat de inrichting slechts de slijterij betreft en dat de burgemeester daarom bevoegd en gehouden was tot handhaving. Albert Heijn en CBL stelden dat de SlijtersUnie geen belanghebbende was en dat de supermarkt ook tot de inrichting behoort, maar deze bezwaren werden verworpen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en vernietigde het besluit van de burgemeester van 5 november 2015, omdat dit op onjuiste gronden was genomen. De Afdeling oordeelde dat de supermarkt niet tot de inrichting behoort, dat de leidinggevende daadwerkelijk in de slijterij aanwezig moet zijn, en dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden doordat zelfstandige slijterijen zwaarder worden belast dan slijterijen in supermarkten. De burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en moet een nieuw besluit nemen.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt dat de slijterij een zelfstandige inrichting is en vernietigt het besluit van de burgemeester, die een nieuw besluit moet nemen.