ECLI:NL:RVS:2016:3483
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Herziening kinderopvangtoeslag 2011 wegens te hoge toekenning niet toegestaan
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen tot herziening van de kinderopvangtoeslag over 2011. De Belastingdienst had de toeslag definitief vastgesteld op €4.933,00 en later herzien tot €3.204,00, met terugvordering van €1.729,00. De rechtbank had het bezwaar van appellante tegen de herziening gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten.
Appellante voerde aan dat zij niet betrokken was bij de bezwaarprocedure van haar voormalig echtgenoot en dat zij niet wist of behoorde te weten dat de toeslag te hoog was vastgesteld. De Afdeling oordeelde dat appellante vanaf 1 april 2011 als aanvrager van de toeslag werd beschouwd en dat de toeslag over de periode 1 januari tot en met 31 maart 2011 op naam van haar voormalig echtgenoot stond. De toeslag was dus niet te hoog vastgesteld voor de periode waarin appellante aanvrager was.
Verder werd geoordeeld dat appellante te goeder trouw mocht menen recht te hebben op het toegekende bedrag, omdat de Belastingdienst haar had gevraagd om de totale kosten over 2011 en de definitieve toekenning lager was dan die totale kosten. De Afdeling vernietigde daarom het besluit tot herziening en herstelde het eerdere besluit van 21 mei 2013. Tevens werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de kinderopvangtoeslag 2011 wordt vernietigd en het eerdere besluit herleeft.