ECLI:NL:RVS:2016:3492
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging wijzigingsplan Loon op Zand wegens onvoldoende geuronderzoek
Het college van burgemeester en wethouders van Loon op Zand stelde op 19 januari 2016 een wijzigingsplan vast voor een perceel waarop een boerderij wordt gesloopt en vervangen door een burgerwoning. De appellant, exploitant van een nabijgelegen veehouderij, stelde dat het college ten onrechte niet had onderzocht of de nieuwe woning voldeed aan de geurhindernormen uit de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv).
De appellant vreesde dat de bedrijfsuitbreiding van haar veehouderij beperkt zou worden door het plan. Het college stelde dat de juiste norm, artikel 3, tweede lid, van de Wgv, was toegepast, waardoor de woning geen belemmering zou vormen. De Raad van State oordeelde echter dat de nieuwe burgerwoning niet gelijkgesteld kan worden aan een bedrijfswoning die op of na 19 maart 2000 is opgehouden deel uit te maken van een veehouderij, zodat de strengere norm van artikel 3, eerste lid, van toepassing is.
Verder stelde de Raad vast dat geen actueel geuronderzoek was uitgevoerd, terwijl dit noodzakelijk was vanwege de mogelijke uitbreidingsmogelijkheden van de veehouderij. Hierdoor was het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het wijzigingsplan wordt vernietigd wegens onvoldoende geuronderzoek en onjuiste toepassing van geurhindernormen.