ECLI:NL:RVS:2016:3519
Raad van State
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Gegrond verzet tegen niet tijdige vaststelling bestemmingsplan Dorpskernen III
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 7 september 2016 het beroep van een appellant gegrond verklaard tegen het niet tijdig nemen van een besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan 'Dorpskernen III' door de gemeenteraad van Medemblik. De Afdeling vernietigde het niet tijdig nemen van het besluit en legde een dwangsom op met de opdracht om uiterlijk 6 oktober 2016 alsnog een besluit te nemen en dit bekend te maken.
De gemeenteraad maakte bezwaar tegen deze uitspraak en stelde dat het niet mogelijk was om het besluit uiterlijk op 6 oktober 2016 op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken, omdat het plan naar verwachting wijzigingen zou bevatten ten opzichte van het ontwerpplan. Volgens artikel 3.8, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) mag het plan pas zes weken na vaststelling bekend worden gemaakt bij wijzigingen.
De Afdeling stelde vast dat deze wettelijke bepaling inderdaad een bekendmaking binnen zes weken na vaststelling bij wijzigingen verbiedt, waardoor de raad niet aan de eerdere opdracht kon voldoen. Daarom oordeelde de Afdeling dat het beroep niet kennelijk gegrond had mogen worden afgewezen en verklaarde het verzet gegrond, waardoor de uitspraak van 7 september 2016 verviel. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet van de gemeenteraad is gegrond verklaard en de eerdere uitspraak vervalt.