ECLI:NL:RVS:2016:36
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs na onderzoek geschiktheid door CBR
Het CBR heeft appellant verplicht mee te werken aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid en zijn rijbewijs geschorst op grond van een schriftelijke melding van de politie over een hoog ademalcoholgehalte en medicijngebruik. Appellant voerde aan dat de criteria voor het opleggen van het onderzoek niet op hem van toepassing waren en dat zijn psychische toestand geen gevaar vormde.
De rechtbank oordeelde dat het CBR terecht het onderzoek had opgelegd en het rijbewijs had geschorst, omdat het alcoholgebruik en de medicatie een vermoeden van ernstig gestoord inzicht en abnormale opwindingstoestanden rechtvaardigden. De Raad van State bevestigt deze uitspraak en wijst het hoger beroep af.
De beslissing is genomen op basis van de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011, waarbij het CBR bevoegd is tot onderzoek en schorsing bij vermoedens van ontoereikende rijgeschiktheid. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De schorsing van het rijbewijs van appellant door het CBR wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.