ECLI:NL:RVS:2016:390
Raad van State
- Hoger beroep
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Vaststelling handhaving varkenshouderij en proceskostenvergoeding na bezwaar en beroep
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Bernheze om handhavend op te treden tegen de varkenshouderij van vergunninghouder vanwege stankoverlast en schade door een niet goed werkende chemische luchtwasser. Het college wees dit verzoek af en handhaafde dit besluit bij bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep deels niet-ontvankelijk en vernietigde het besluit op bezwaar, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep deels niet-ontvankelijk had verklaard omdat appellant wel degelijk in bezwaar de opslag van spuiwater aan de orde had gesteld. De Raad vernietigde dit deel van de uitspraak en bevestigde het overige oordeel van de rechtbank. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, inclusief het griffierecht.
De Raad wees het verzoek tot vergoeding van kosten voor het DLV-rapport af omdat deze kosten voorafgaand aan het primaire besluit waren gemaakt en derhalve niet voor vergoeding in aanmerking kwamen. Het hoger beroep werd daarmee gegrond verklaard met verbetering van de gronden en de uitspraak van de rechtbank deels vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het beroep deels ontvankelijk verklaard en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.