ECLI:NL:RVS:2016:398
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- R. Uylenburg
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Rhijnbeek wegens strijd met Awb en onvoldoende onderzoek
Bij besluit van 20 juni 2013 stelde de raad van Almelo het bestemmingsplan Rhijnbeek vast. Diverse partijen, waaronder Praxis en Van Neerbos, stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde in een tussenuitspraak van 24 december 2014 vast dat het plan was gebaseerd op een concreet bouwplan voor Hornbach, terwijl het plan maximaal mogelijke ontwikkelingen moest toelaten. Hierdoor was het onderzoek naar de regionale behoefte onvoldoende.
De raad stelde het plan opnieuw vast op 24 juni 2014 en 7 april 2015, waarbij het plan werd beperkt tot een bouwmarkt, tuincentrum en drive-in. De Afdeling oordeelde dat het besluit van 24 juni 2014 onzorgvuldig tot stand was gekomen en vernietigde dit. Ten aanzien van het besluit van 7 april 2015 stelde de Afdeling vast dat het plan een winkelvloeroppervlakte mogelijk maakte die niet was onderzocht in de onderliggende studies, waardoor het plan strijdig was met artikel 3:2 van Pro de Awb en vernietigd moest worden.
Nieuwe beroepsgronden die reeds tegen het oorspronkelijke besluit hadden kunnen worden aangevoerd, werden niet inhoudelijk behandeld. De raad werd opgedragen de vernietigde besluiten te verwerken in de landelijke voorziening en werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de appellanten.
Uitkomst: De besluiten tot vaststelling van het bestemmingsplan Rhijnbeek worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 Awb en onvoldoende onderbouwing van ruimtelijke gevolgen.