ECLI:NL:RVS:2016:4
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- B.P. Vermeulen
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen stilleggingsbesluit werkzaamheden met asbestgevaar
Op 12 november 2013 constateerden inspecteurs van de Arbeidsinspectie dat werkzaamheden werden uitgevoerd terwijl asbesthoudende producten aanwezig waren, wat ernstig gevaar voor personen opleverde. De minister stelde het bevel tot stillegging op schrift op 18 november 2013. Appellante, eigenaar van het pand, maakte bezwaar tegen dit besluit, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belanghebbende was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de minister onterecht twee besluiten had genomen, dat zij niet was gehoord en dat er geen beslissing was genomen op haar verzoek om proceskostenvergoeding. Deze punten werden buiten beschouwing gelaten omdat zij niet eerder waren ingebracht.
De Raad van State oordeelde dat appellante slechts een afgeleid belang heeft vanwege haar contractuele relatie met vergunninghouder, aan wie het bevel was gericht. Het bevel was gebaseerd op het gevaar van werkzaamheden met asbest, niet slechts op de aanwezigheid van asbest. De Afdeling bevestigt dat appellante geen belanghebbende is en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.