ECLI:NL:RVS:2016:42
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende bewijs betaling
De appellant ontving kinderopvangtoeslag over de jaren 2012, 2013 en 2014. De Belastingdienst/Toeslagen stelde het voorschot voor deze jaren op nihil omdat appellant niet aannemelijk maakte dat zij de kosten voor kinderopvang volledig had voldaan. De rechtbank verklaarde het bezwaar over 2013 niet-ontvankelijk wegens te late indiening en wees de beroepen over 2012 en 2014 ongegrond.
Appellant voerde aan dat zij contante betalingen had gedaan en kwitanties had overgelegd, maar kon geen bankafschriften tonen ter bewijs. Ook stelde zij dat zij te goeder trouw was en niet wist dat bewijs achteraf vereist zou zijn. De Raad overwoog dat op grond van de wet en vaste jurisprudentie de aanvrager verplicht is een deugdelijke administratie te voeren en bewijs te leveren van volledige betaling. De aangevoerde kwitanties en verklaringen werden onvoldoende geacht.
Voorts werd het bezwaar over 2013 terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant de bezwaarclausule niet tijdig had gevolgd en het vertrouwen op een medewerker van de Belastingdienst niet tot verschoonbaarheid leidde. De motivering van het besluit op bezwaar was voldoende. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.