ECLI:NL:RVS:2016:428
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake omgevingsvergunning wegverbreding N527
In deze zaak hebben verzoekers een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Blaricum omtrent het kappen van diverse bomen voor de verbreding van de weg N527. De voorzieningenrechter heeft het verzoek afgewezen, mede omdat de rechtbank eerder terecht had geoordeeld dat de voorgenomen kap niet in strijd is met de Flora- en faunawet.
Als nieuw feit is aangevoerd dat de Provincie Noord-Holland op 8 januari 2016 een omgevingsvergunning heeft aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders van Huizen voor de wegverbreding. Desondanks oordeelt de voorzieningenrechter dat er geen grond is om de vergunning te weigeren.
Verder is overwogen dat de spoedige aanvang van de kap geen reden is om af te wijken van het voorlopige oordeel en dat de rechtmatigheid van het besluit uitsluitend in de bodemprocedure kan worden beoordeeld. De voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de bodemprocedure wordt afgewacht.